Vrouwen in (mannen)beroepen

Het meest voorkomende beroep bij vrouwen was in 2009 verkoopster. Bij mannen was dat vrachtwagenchauffeur. Dit is in vergelijking met 1993 hetzelfde gebleven. De arbeidsdeelname van vrouwen is in de afgelopen jaren wel toegenomen. In 1993 was 42% van de werkzame beroepsbevolking vrouw, in 2009 60%.

Top 3 beroepen in 1993 en 2009

VrouwenMannen
  • winkelbedienden en verkopers
  • lerares basisonderwijs
  • medewerkster huishoudelijke dienst
  • vrachtwagenchauffers
  • systeemanalisten/programmeurs
  • lader, losser of verhuizer

Nieuwkomers in de top 10 van 2009:

Voor vrouwen: receptionisten/baliemedewerkers
Voor mannen: maatschappelijke of sociaal-culturele werkers
Er bestaat meer variatie in mannenberoepen dan in vrouwenberoepen. In de 10 meest voorkomende vrouwenberoepen werkte in 2009 ruim 28 procent van alle vrouwen. Ter vergelijking werkte in de top 10 van mannenberoepen bijna 18 procent van alle mannen. (bron: CBS)




Status

Wanneer er veel vrouwen in een beroepsgroep zitten, blijkt aan het beroep geen hoge status (meer) te worden toegekend, zoals bijvoorbeeld in het onderwijs en de verpleging. Wanneer in een maatschappelijke sector overwegend mannen een bepaald beroep uitoefenen (brandweer, politie) heeft dat beroep een hogere status en is de betaling vaak ook beter.

De bejegening van vrouwen die in ‘mannen’-beroepen doordringen en die van mannen in typisch ‘vrouwelijke’ beroepen is asymmetrisch. Een tekenend voorbeeld was de reactie van Suzanne Koudijs, de eerste vrouwelijke infanteriesoldaat die in 2007 uitgezonden werd naar Uruzgan. Zij zei dat het grootste compliment voor haar was dat collega’s tegen haar zeiden: "Je bent helemaal niet anders, je draait gewoon mee". Mannen die binnenkomen in ‘vrouwelijke’ beroepen worden vaak met open armen ontvangen. Die moeten zich overigens ook naar de buitenwereld verantwoorden waarom ze bijvoorbeeld verpleger willen worden of op een crèche willen werken.

Vrouwen krijgen overigens nog steeds niet dezelfde beloning voor hetzelfde werk als mannen. Ook hebben ze niet dezelfde toegang tot topfuncties in het bedrijfsleven en de wetenschap. Gender structureert eveneens het leven van mannen, door hen ‘onverdiende voordelen’ toe te kennen.


De eerste vrouwen in de lucht

Ellen Church (1904 - 1965) was 's werelds eerste stewardess op een vlucht op 15 mei 1930 van San Francisco naar Chicago. Ze was toen 25 jaar en was eigenlijk een gediplomeerd verpleegster. Ze bleef 18 maanden stewardess. Hilda Bongertman (1913 - 2004) was de eerste Nederlandse stewardess en tevens schrijfster. Hoewel Bongertman na de huishoudschool de opleiding tot leerling-verpleegster volgde, is zij nooit als zodanig werkzaam geweest. Zij streefde een betrekking als vliegenierster na, maar dat was voor een vrouw in de jaren twintig van de 20e eeuw niet weggelegd.

Geen gedonder ..een vrouw in de cockpit?
Beatrix de Rijk behaalde als eerste Nederlandse vrouw op 5 juni 1911 een internationaal vliegbrevet bij de FAI.
Liane Latour was een van de eerste vrouwen die na de oorlog stewardess werden bij de KLM, maar zij wilde meer. Zij leerde vliegen en werd de eerste vrouwelijke KLM-piloot. Dat ze wel eens vloog moest geheim blijven, omdat KLM-directeur Plesman 'geen gedonder' wilde. Als de passagiers aan de weet kwamen dat ze zich aan een vrouw hadden toevertrouwd kon dat wel eens verkeerd uitpakken. Maar het lekte toch snel uit. Liane Latour werd sindsdien alleen nog maar op vrachtvliegtuigen ingezet. Uiteindelijk bracht Liane Latour het tot piloot van de toenmalige regerings-Dakota. Zo vloog ze ook regelmatig leden van de koninklijke familie. “Maar als prins Bernhard aan boord was, vloog hij.”

Op dit moment beschikken ongeveer 1.000 vrouwen in Nederland over een vliegbrevet. Daarvan hebben er 172 een brevet waarmee ze verkeersvliegtuigen met een dubbele cockpitbemanning mogen vliegen. Twintig vrouwen binnen de Koninklijke Luchtmacht beschikken over een Groot Militair Brevet. Geen van hen vliegt nu op de F-16 straaljager, maar in het verleden hebben er drie dat wel gedaan.


Vrouwen in de diplomatie

Alwine Antoinette De Vos van Steenwijk was de eerste vrouwelijke ambassade-attaché. Haar standplaatsen waren Bonn, Washington en Parijs. In Parijs kwam zij in 1960 in contact met de 'vierdewereldbeweging' tegen armoede en uitsluiting in de wereld. Zij werd presidente van ATD Vierde Wereld. De Vos van Steenwijk slaagde erin om op internationaal vlak aandacht te krijgen voor de armoedeproblematiek.

Monique Frank zette als ambassadeur bij de Heilige Stoel in Rome in 2011 na 39 jaar een punt achter haar diplomatieke carrière. Ze was de eerste Nederlandse vrouw op deze post. Voor die tijd werkt ze op tien andere posten in diplomatieke dienst. Tijdens het eerste gesprek bij Buitenlandse Zaken werd de diplomatie haar meteen ontraden. Ze wilden geen vrouwen, want die zouden toch trouwen. Dat haar geen huwelijk kon worden beloofd was de reden dat ze toch werd toe gelaten in het klasje van Buitenlandse Zaken. Hier werd ze opgeleid voor de diplomatieke dienst, als enige vrouw tussen vijftien mannen.

Vrouwelijke architecten

Architect Margaret Staal-Kropholler (1891-1966) is de eerste vrouwelijke architect en is aanhanger van de Amsterdamse School. Ze tekende een breed scala aan bouwwerken: van rustieke woningen tot stadsflats en winkelpuien. Ook meubels, lampen en interieurs vormen een belangrijk onderdeel van haar oeuvre. Ze besteedde in haar ontwerpen speciale aandacht aan de wensen van huisvrouwen en streeft ernaar om haar woningen zo praktisch en comfortabel mogelijk in te richten. Ze beschouwde de combinatie huisvrouw/architect dan ook als ideaal.

Francine Houben, directeur van Mecanoo architecten te Delft, heeft in 2008 de Prix Veuve Clicquot voor Zakenvrouw van het Jaar ontvangen Deze onderscheiding ontvangt Houben vanwege haar ondernemerschap, visie, zakelijke en maatschappelijke invloed en haar leidinggevende capaciteiten. Francine Houben is een van de weinige vrouwelijke architecten die met haar bureau Mecanoo wereldwijd een prominente positie heeft verworven, aldus het jury rapport.


Vrouwen in de bouw

Het aantal vrouwen in de top van bouwbedrijven is de afgelopen jaren langzaam toegenomen. Waren dat er in 1995 nog vijfhonderd, vorig jaar liep dit aantal op tot bijna vijftienhonderd. De meeste vrouwen in hogere functies hebben een baan als werkvoorbereider (40 procent) of calculator (12 procent). Dat het wenselijk is voor bedrijven om ook vrouwen in het management te hebben, is al jaren bekend. In 2007 werd al aangetoond dat bedrijven met meer vrouwen in het management beter presteren dan bedrijven waar overwegend mannen de scepter zwaaien.

In de uitvoerende bouwsector – waar de woning- en wegenbouw onder vallen – is de man-vrouwverhouding het verst te zoeken. Daar komt het percentage vrouwen in topfuncties niet boven 1 procent uit. Hoe komt het dat juist vrouwen in de bouw die top maar moeizaam weten te bereiken? Hoogopgeleide bouwvrouwen zijn er namelijk wél.

In 2006 voltooiden in Nederland ongeveer vierhonderd vrouwelijke studenten een studie bouwkunde op universitair of hbo-niveau. In totaal studeerden in dat jaar tweeduizend bouwkundestudenten af. Sinds 1984 bestaat Bouwnetwerk. Het is een vakinhoudelijk netwerk met circa 170 leden. Behalve netwerken onderling staat het Bouwnetwerk ook voor stimulering van de doorstroom van vrouwen naar de top. Zo heeft Bouwnetwerk het onderzoek 'Getallen op Tafel' opgezet dat de participatie van vrouwen in hogere functies in de bouw weergeeft.