Geboren op 7 februari 1876 te Den Helder, overleden op 11 november 1956 te Den Haag; volgde samen met vier anderen als eerste meisje het Erasmiaans gymnasium te Rotterdam, huwde in 1897 met de tegen het feminisme gekante publicist C.J. Wijnaendts Francken, van wie zij in 1916 scheidde; studeerde aan de universiteiten van Jena, Zürich, Berlijn en Parijs; in 1896 medeoprichtster van een Toynbee-vereniging in Rotterdam; voorzitster van afdeling Den Haag van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht 1903-1904; zij verliet in 1907 de Vereeniging, waarna zij met anderen de Bond voor Vrouwenkiesrechtoprichtte; zij was voorzitster van de Vereniging Onderlinge Vrouwenbescherming 1905-1909 en vice-voorzitster van het Nederlandse Padvindstersgilde 1922-1936; grondlegster van het Soroptimisme in Nederland, oprichtster in 1927 van de eerste Nederlandse Soroptimistclub te Den Haag en de tweede presidente van de Nationale Unie van Soroptimistclubs 1928-1931; pleitbezorgster voor de oprichting van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen 1930; vervulde verscheidene functies in de liberale Economische Bond en de Vrijheidsbond, was redactielid van De Vrijheid en in 1922 oprichtster van de Vrouwengroep uit de Vrijheidsbond; lid van de Nederlandse Maatschappij voor Letterkunde; zij schreef vele artikelen, reisbrieven en verslagen die in brochurevorm en in dagbladen en tijdschriften verschenen.
Dagboeken 1894, 1897, 1949; stukken verzameld onder de titel Persoonlijke Herinneringen 1877-1955; publicaties en manuscripten 1900-1954; stukken betreffende haar echtgenoot, familie, opleiding en haar privé-leven 1873-1956; correspondentie, aantekeningen, documentatie en publicaties betreffende vrouwenbewegingen, het vrouwenkiesrecht, pioniersters, huwelijk en huwelijkswetgeving, arbeid van gehuwde vrouwen, de gezinstaak, huisvrouwen, moederschap, vrouwendienstplicht, seksualiteit en hygiëne, vrouwenhandel en prostitutie, vaderschap, het Nieuw Feminisme, Soroptimisme, boerinnen, mode en kleding, vrouwen en sport, padvinderij en dierenbescherming, het Rode Kruis, de zomertijd en het bevolkingsvraagstuk 1869-1956; stukken betreffende de Liberale Staatspartij 'De Vrijheidsbond' en de Vrouwengroep uit de Vrijheidsbond 1922-1930; stukken betreffende haar kandidaatstelling voor de Tweede Kamer in 1922, 1925 en 1929; stukken betreffende de Nationale Vrouwenraad van Nederland, de Internationale Vrouwen Raad en het perscomité daarvan 1904-1954.
1876 7 februari geboren als Esther Welmoet in de pastorie van de Doopsgezinde kerk te Den Helder; moeder Alida Johanna Geertruida Bok; vader Johannes Dyserinck was dominee
1884 in Vlissingen feestelijke onthulling van de Betje Wolff en Aagje Dekenfontein door Welmoet en Martha van Vloten
1888-1892 naar het Erasmiaans gymnasium te Rotterdam met vier andere meisjes; WF verliet na 4 jaar de school (in schooljaar 1882/1883 werden de eerste drie meisjes toegelaten)
1892 mislukte poging om verpleegster te worden
[1893?] Academie voor Beeldende Kunsten te Rotterdam
1894 richt met een paar vriendinnen een zogeheten Toynbeeklasje op, waar aan meisjes les werd gegeven
1896 richt op 3 februari een Toynbee-Vereeniging te Rotterdam op
1896 verloving met dr. Cornelis Johannes Wijnaendts Francken
1897 16 december huwelijk met dr. Cornelis Johannes Wijnaendts Francken
1897-1898? lid van de Vereeniging Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid 1898 (opgericht in 1895)
1898 april-augustus: echtpaar volgt colleges te Jena; Welmoet schrijft haar eerste artikelen voor Belang en Recht
1898 bezoekt de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid
1899-1900 winterstudie aan de universiteit van Zürich
1899 waarschijnlijk lid van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht (VVK)
1901 januari-mei colleges gevolgd aan de Sorbonne te Parijs
1901 lid van de Vrijzinnig Democratische Bond (VDB)
1902/4?-1908 hoofdbestuurslid van de Vrijzinnig Democratische Bond
1902 naar Berlijn tot slot van het buitenlandse universiteitenprogramma
1902 Welmoet spreekt voor het eerst in het openbaar over 'Handel in blanke slavinnen' voor de Vrouwenbond tot Verhoging van het Zedelijk Bewustzijn; spreekt over ditzelfde onderwerp in oktober op het tweede internationale congres tot bestrijding van den vrouwenhandel te Frankfurt; schreef hierover een verslag voorde Nieuwe Courant
1902 verkiezing tot hoofdbestuurslid van de VVK, wegens huiselijke omstandigheden trekt Welmoet zich terug
1902-1909 voorzitster Vereeniging Onderlinge Vrouwenbescherming
1903/4-1907 voorzitster afdeling Den Haag VVK
1904 lid commissie ter huldiging van Van Heutsz
1906 Welmoet is één van de initiatiefneemster van de Vereeniging tot Bestrijding van de Woeker
1906 verlaat in december de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht
1907 mede-oprichtster van de Nederlandsche Bond voor Vrouwenkiesrecht (NBVK)
1908-1909/10 voorzitster van de NBVK
1909 schrijft zich in als student letteren te Leiden
1910 lidmaatschap van Vereeniging voor de Staathuishoudkunde en de statistiek aangeboden
1911 reis Afrika
1912-1953 lid van het bestuur en later vice-voorzitster van het Comité [Vereeniging] voor Geneeskundig Onderzoek voor het Huwelijk.
1912-1913 van december tot het vroege voorjaar reis naar West-Indië
1912 vader overlijdt op 26 september te Baarn
1913 breuk met Doopsgezinde gemeente. Lidmaatschap wordt definitief in 1917 opgezegd.
1913 lid van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde
1913 medewerking aan de Tentoonstelling ‘De Vrouw 1813-1913’
1914 in april onthult Welmoet als lid van het comité ter huldiging van de Britse journalist William Stead zijn borstbeeld in het Vredespaleis
1915 lid Provinciaals Utrechtsch Genootschap voor Kunsten en Wetenschap.
1916 29 juni huwelijk ontbonden; uit de Doopsgezinde Broederschap getreden
1917 één van de initiatiefneemsters tot oprichting van het Comité [Vereeniging] tot bevordering van het onderwijs in kinderverzorging en opvoeding
1917 zegt lidmaatschap van VDB en VDVC op
1918 eerste secretaresse van het Comité voor maatschappelijke opvoeding en voorlichting uit den Nederlandschen Bond voor Vrouwenkiesrecht
1918 hoofdbestuurslid van de Economische Bond (EB) en richt binnen EB een Vrouwengroep op; volgens eigen schrijven werd ze als nummer 2 voor de EB geplaatst in de kieskring Arnhem en Amsterdam
1920-192[5] lid bestuur Nederlandsche Unie voor Vrouwenbelangen;
1920 neemt als hoofdbestuurslid van de Economische Bond deel aan de fusiebesprekingen tussen een aantal liberale partijen, hetgeen leidde tot de oprichting van de Liberale Staatspartij ‘De Vrijheidsbond’ op 16 april 1921
1921 mede-oprichtster van de Vrouwengroep uit den Vrijheidsbond op 19 maart
1921-1932 lid hoofdbestuur De Vrijheidsbond
1922 kandidaat bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer, wordt niet gekozen; wordt vakjournaliste om financiële redenen
1923 moeder overlijdt in november
1922-1936 vice-voorzitster van het Nederlandsche Padvindsters Gilde (opgericht in 1916).
1924 geeft cursus op de Volksuniversiteit Poortugaal
1925 kandidaat verkiezingen, niet gekozen; vice-presidente van het Perscomité van de Internationale Vrouwen Raad
1926 geïnstalleerd als padvindster; naar het wereldcongres in Washington
1927-1936 voorzitster van het internationale perscomité van de Internationale Vrouwen Raad
1927 oprichtster van de Eerste Nederlandsche Soroptimist Club te Den Haag; presidente van het Perscomité van de Internationale Vrouwen Raad
1928-1930 lid van het [1e] wereldcomité van de World Association of Girl Guides and Girl Scouts opgericht (WAGGGS)
1929 kandidaat Tweede Kamerverkiezingen, niet gekozen
1929-1931 voorzitster Nederlandsche Unie voor Vrouwenbelangen
1929-1931 voorzitster Unie van Soroptimist Clubs
1930 19 april geëerd met het Kruis van Verdienste van het Nederlands Roode Kruis
1933 benoemd tot erelid van het NPG
1935 medeoprichtster van de Club van Vrouwen werkzaam in Bedrijf en Beroep, afdeling Den Haag; gekozen tot presidente van de Eerste Nederlandsche Soroptimistclub
1936 op 8 februari huldiging ter ere van haar zestigste verjaardag; in april 1936 lid van de Raad van Advies van het IAV
1938 lidmaatschap van de Liberale Staatspartij ‘De Vrijheidsbond’ opgezegd
1940-1941lid van de Nederlandsche Unie (opgericht 24 juli 1940), weer opgezegd op 30 juni 1941
1944 Cornelis Johannes Wijnaendts Francken overlijdt op 10 april
1948 medewerkster aan de tentoonstelling 'De Nederlandse Vrouw 1898-1948' als lid van de subcommissie ‘De vrouw in de dagblad- en periodieke pers’
1949 in januari wordt Welmoet erelid van alle Nederlandse Soroptimist Clubs; aanwezig op het jaardiner van de buitenlandse pers (als correspondente Schweizer Frauenblatt)
1951-1952 lid bestuur Federatie en Partij voor Recht, Vrijheid en Welvaart
1954 erelidmaatschap van de Nederlandse Vereniging voor Vrouwenbelangen, Vrouwenarbeid en Gelijk Staatsburgerschap aangeboden; Welmoet spreekt op 6 februari op een bijeenkomst te Naarden ter herdenking van het 60-jarig bestaan van Vrouwenbelangen en overhandigt Koningin Juliana een pop gekleed naar de mode rond de eeuwwisseling
19?? -1955 lid perscomité Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren (aanstellingsdatum vooralsnog niet bekend)
1955 26 maart: als initiatiefneemster bij de onthulling van een gedenksteen aan het geboortehuis van Mienette Storm-van der Chijs te Delft
1956 op het congres van de Europese Federatie van Soroptimist Clubs op 7 [en 8] juli te Scheveningen biedt Welmoet Koningin Juliana een pop gekleed naar de mode van 1927 aan
1956 Welmoet overlijdt op 11 november te Den Haag
Adressen:
1876-1879 Kerkgracht, Den Helder
1879-1884 Breewaterstraat, Nieuwendijk en Koningsweg, Vlissingen
1884-1897 Schiekade 81, Rotterdam (vanaf 18 augustus)
1897-1903 Laan van NOI 6, Den Haag
1903-1909 Sweelinckplein 63, Den Haag
1909-1916 Plantage 6, Leiden (september)
1916 Rotterdam 29 juni
1916-1922 Frankenslag 132, Den Haag 1 november
1922-1942 ‘Casa Canum’, Prins Mauritslaan 93, Den Haag
1942-1945 evacuatie naar Bilthoven
1945-1956‘ Casa Canum’, (Scheveningen)
Verder lezen:
E. van Raalte, ‘Esther Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck (Den Helder, 7 februari 1876 – ’s-Gravenhage (Scheveningen) 11 november 1956), in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde te Leiden 1957-1958 (Leiden 1958), p. 84-96.
Liesbeth Kortbeek, ‘Zusters, weest bereid! Het gemeenschapsdenken van Esther Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck (1876-1956), doctoraalscriptie Katholieke Universiteit Nijmegen 1995.
Biografie in het BWN http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn4/dijseri
Biografie in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde http://www.maatschappijdernederlandseletterkunde.nl/mnl/levens/57-58/wijnaendts.htm
Een klein gedeelte van haar archief kwam in 1938 naar het toenmalige IAV, een groter deel in 1946 en begin jaren vijftig. De rest kwam na haar overlijden in 1956. J.J.Th. ten Broecke Hoekstra en A.G. Verwaal waren de executrices-testamentair. In 1936 gaf zij zelf toestemming tot schoning ‘terwijl natuurlijk desgewenscht de andere artikelen er later door u kunnen worden uitgezift en verwijderd, …’ (brief aan bestuur IAV, 15 april 1936). Twee dossiers betreffende de padvinderij zijn in 1950 door het IAV overgedragen aan T. van Meurs-Beeninck, secretaresse van het Nederlands Padvindstersgilde. Deze stukken zijn terechtgekomen in het archief van het Nederlands Padvindstersgilde, aanwezig in het Katholiek Documentatiecentrum te Nijmegen (inv.nrs 732 en 853).
NB. Zie ook inv.nr 4.
NB. De namen van de afzenders van de ingekomen stukken en van de geadresseerden van de minuten van de uitgaande stukken zijn zoveel mogelijk benoemd en tevens zoveel mogelijk de onderwerpen waarover de stukken gaan.











































NB. Zie ook de rubriek persoonlijke Herinneringen en bij de onderwerpen.


NB. Niet alle publicaties vermeld in de inhoudsopgave zijn aanwezig.




NB. De niet-gepubliceerde stukken betreffende de Tentoonstelling 1948 bevinden zich in inv.nr 309 en 2 brochures in inv.nr 105 en 109.





















NB. Zie ook bij de onderwerpen.



NB. In 2003 teruggekeerd uit Moskou.









NB. WF vertegenwoordigde het Nederlands Padvindsters Gilde op alle conferenties van 1926-1932.

NB. In 2003 teruggekeerd uit Moskou, pagina’s 4 en 5 ontbreken.










NB. Mr J.W. Wijnaendts was een neef van C.J. Wijnaendts Francken en verzorgde hun scheiding in 1916.


NB. Op de achterkant van de brief uit 1954 aantekeningen in het Duits van WF.


NB. Sommige brieven onvolledig.

NB. Groot formaat.


NB. Zie ook inv.nr 7.

NB. Niet digitaal.
NB. Op deze conferentie wordt de Council vervangen door een wereldcomité en wereldbureau: World Association of Girl Guides and Girl Scouts.



NB. Niet digitaal.

NB. Een andere versie van deze foto is gedigitaliseerd en in beeldarchief.















NB. Volgorde van de pagina’s niet altijd duidelijk, waarschijnlijk voor meerdere lezingen gebruikt.










NB. Zie voor de brochure inv.nr 91.

NB. Correspondenten zijn Hannah van Biema-Hijmans, Lizzy van Dorp, W. van Itallie-van Emden, J.H. Lasonder, Aletta Lorentz-Kaiser, H. van der Meer van Kuffeler, M. Nieuwenhuis-von Uexkuell Gueldenbandt en A.C. Vaillant-Muijsken.




NB. Zie voor de publicatie inv.nr 112.






NB. Voor de brochure zelf zie inv.nr 110, ook aanwezig in de bibliotheek van het IIAV.



NB. Voor arbeid gehuwde vrouwen zie de vorige rubriek ‘Het huwelijk en de positie en rechten van gehuwde vrouwen en gehuwde ambtenaressen’.




NB. Niet aanwezig in de bibliotheek van het IIAV.






NB. Door WF zelf of haar secretaresse onder ‘Prostitutie’ geplaatst.









NB. De foto’s zijn gedigitaliseerd; de 4 losse foto’s bevinden zich sinds 2001 in het beeldarchief.



NB.Zie ook nr 54 en 306.
NB. Zie ook de rubriek ‘Persoonlijke Herinneringen’.
NB. Sommige stukken met trefwoord ‘PH’; de foto’s van soroptimisten zijn gedigitaliseerd en overgebracht naar het beeldarchief.




NB. In 2003 teruggekeerd uit Moskou.
NB. WF was voorzitster van het Press Committee van 1927-1932.










NB. De foto’s, ansichtkaarten en folders van haar reis (zie inv.nr 403) zijn niet verfilmd.





NB. De Vrouwengroep werd opgericht 19 maart 1921; het laatste nummer van het orgaan ‘De liberale vrouw’ verscheen in december 1938.

NB. Correspondenten zijn o.a. Lizzy van Dorp,M. Boissevain Pijnappel, H. van Biema-Hijmans, A.J. Giffen,H.A. van Riel-Smeenge, L.C.A. van Eeghen, mr H.C. Dresselhuys, J.J. de Bink-Huetinck, mej. Blaauw,Emmy J. Belinfante, A. van Giffen. Op 25 mei 1922 schreef WF een brief aan de algemene secretaris van De Vrijheidsbond waarin zij zich terugtrekt uit het dagelijks en hoofdbestuur en zegt deze brief pas op 5 juli 5 uur te verzenden met het oog op de verkiezingen, waarschijnlijk nooit gedaan, want ze bleef lid. [tot 1936?].





NB. Zie ook inv.nr 353.

NB. Ook ingekomen brieven naar aanleiding van het overlijden van haar moeder november 1923. WF treedt in [november?] 1922 af als landelijk presidente van de Vrouwengroep; de afdeling Rotterdam vraagt haar in juli 1922 om presidente te worden, maar WF gaat er niet op in, wel op het verzoek lezingen te geven in Rotterdam.









NB. Groot formaat.

NB. Groot formaat.


NB. Afleveringen van De Unie, Vrij Nederland en Het Parool naar NIOD gebracht (bevatten artikelen over vrouwen).

NB. Zie ook bij soroptimisme, Suzanne Noël was soroptimiste en ze was in 1927 in Nederland.



NB. De originele brieven bevinden zich in het National Bahá’i Archives, Evenstan, Illinois, USA; niet digitaal.