Economische zelfstandigheid

Het vergroten van de economische zelfstandigheid van vrouwen is sinds het Beleidsplan Emancipatie (1985) één van de belangrijkste doelen van het Nederlandse emancipatiebeleid.

Iemand is economisch zelfstandig als zij of hij een eigen inkomen uit arbeid heeft waar je van kunt rondkomen. Als je economisch zelfstandig bent, ben je niet financieel afhankelijk van een kostwinner of van de overheid.

Om te bepalen hoeveel vrouwen en mannen economisch zelfstandig genoemd kunnen worden, moet je ergens een ondergrens vaststellen. In het emancipatiebeleid ligt deze ondergrens bij het sociale minimum voor een alleenstaande (= 70% van het wettelijk minimumloon).

In 2014 moet je dus minimaal netto circa 900 euro per maand verdienen om jezelf economisch zelfstandig te kunnen noemen.

Verdeling man/vrouw

In 2012 was ruim de helft van de vrouwen economisch zelfstandig tegen driekwart van de mannen. Gekeken wordt hierbij naar de potentiële beroepsbevolking tussen 20 en 65 jaar.


vrouwen

mannen

Totaal 20-65 jaar
53
74


Economische zelfstandigheid per leeftijdsgroep

Mannen zijn vaker dan vrouwen de hoofdkostwinner in een gezin. Dat zien we terug in de cijfers. Tussen het 30e en 50e levensjaar is 85% van de mannen economisch zelfstandig. Het maximum bij vrouwen is 69% (30-35 jaar). Hoe hoger de leeftijd, hoe lager de economische zelfstandigheid. Hier zit een leeftijdseffect in en een erfenis van het kostwinnersmodel van de vorige eeuw: een groot deel van deze vrouwen is gestopt met werken toen de kinderen kwamen.

Naar leeftijdsgroep

vrouwen

mannen

20-25 jaar
27
34
25-30 jaar
64
73
30-35 jaar
69
85
35-40 jaar
64
85
40-45 jaar
61
85
45-50 jaar
60
84
50-55 jaar
56
82
55-60 jaar
48
76
60-65 jaar
26
54


Gezinsvorming

Gezinsvorming werkt ook nu nog anders uit voor vrouwen dan voor mannen. Bij tweeoudergezinnen met jonge kinderen is 90% van de vaders economisch zelfstandig tegen 63% van de vrouwen. Bij vrouwen en mannen die ongeveer even oud zijn, ook samenwonen maar geen kinderen hebben, is het verschil in economische zelfstandigheid veel kleiner. Alleenstaande vaders zijn weer veel vaker economisch zelfstandig dan alleenstaande moeders.

Naar positie in huishouden

vrouwen

mannen

Paren met minderjarige kinderen 0-3 jaar
63
90
Paren 20-40 jaar zonder kinderen
72
82
Alleenstaande ouders met minderjarige kinderen
52
76


Opleiding

Tot slot zien we dat onderwijs een belangrijke emancipatiefactor is. Maar 28% van de lager opgeleide vrouwen is economisch zelfstandig. Overigens geldt dit ook voor maar 66% van de lager opgeleide mannen. Lager opgeleide vrouwen zijn relatief vaak financieel afhankelijk van een (mannelijke) kostwinner, maar gegeven het feit dat paren doorgaans een vergelijkbaar opleidingsniveau hebben is het ‘delen’ van één inkomen kwetsbaar. Middelbaar opgeleide vrouwen en mannen zijn precies ‘gemiddeld’ economisch zelfstandig. Hoger opgeleide vrouwen zijn even vaak economisch zelfstandig als middelbaar opgeleide mannen.

Naar opleidingsniveau

vrouwen

mannen

Lager opgeleid
28
66
Middelbaar opgeleid
53
74
Hoger opgeleid
74
83


Bron: CBS Statline
Cijfers: 2012 in percentages
 

© 2013 Atria Bezoekadres Atria: Vijzelstraat 20, 1017 HK Amsterdam, 020 - 6650820, [email protected]