Onderzoek en advies
Arbeidsdeelname
Het verschil in arbeidsdeelname tussen vrouwen en mannen wordt groter. Sinds het begin van de jaren negentig zijn vrouwen vaker gaan werken en werd het verschil met mannen steeds kleiner. Als gevolg van de economische crisis neemt dit verschil nu weer toe. Ook hebben vrouwen veel vaker dan mannen een deeltijdbaan.
Steeds meer vrouwen werken
Het percentage werkende vrouwen (minimaal 12 uur per week) is de afgelopen decennia sterk gestegen. In 1994 had een 45 procent van de vrouwen een betaalde baan, anno 2014 is dit aandeel opgelopen tot 63 procent.Netto arbeidsparticipatie (20-65 jaar)
Netto arbeidsparticipatie: werkzaam voor minimaal 12 uur per week
Opvallend is dat vanaf 2012 de stijgende trend sinds de jaren tachtig niet verder doorzet: tussen 2012 en 2014 is de arbeidsparticipatie van vrouwen als gevolg van de economische crisis met anderhalf procent gedaald.
De arbeidsdeelname van mannen schommelt al jaren rond de 80 procent, en is in de laatste periode eveneens afgenomen.
Netto arbeidsparticipatie (20-65 jaar)
| vrouwen | mannen | |
| 2009 | 63,6 | 81,2 |
| 2010 | 63,8 | 79,9 |
| 2011 | 64,3 | 79,7 |
| 2012 | 64,8 | 79,1 |
| 2013 | 64,1 | 77,8 |
| 2014 | 63,3 | 77,9 |
Leeftijd
Jonge vrouwen en mannen werken ongeveer even vaak. Vanaf 30 jaar - voor veel vrouwen en mannen het begin van de gezinsfase - loopt de arbeidsdeelname van vrouwen en mannen steeds verder uiteen. De arbeidsparticipatie van mannen stijgt tot een maximum (88%) dat tot 55 jaar vrijwel stabiel blijft.In de generatie 55 jaar en ouder zijn de man/vrouw verschillen het grootst.
Netto arbeidsparticipatie naar leeftijd, 2014
| vrouwen | mannen | |
| 15-20 jaar | 16 | 17 |
| 20-25 jaar | 49 | 52 |
| 25-30 jaar | 74 | 78 |
| 30-35 jaar | 77 | 87 |
| 35-40 jaar | 75 | 88 |
| 40-45 jaar | 71 | 86 |
| 45-50 jaar | 70 | 86 |
| 50-55 jaar | 66 | 84 |
| 55-60 jaar | 56 | 79 |
| 60-65 jaar | 31 | 57 |
| 65-70 jaar | 4 | 13 |
Deeltijdwerk
Vrouwen werken veel vaker in deeltijd dan mannen. Als mannen in deeltijd werken, betreft dit meestal het begin van de loopbaan (studietijd) of het einde daarvan (‘prepensioen’).Een op de zes vrouwen heeft een baan van minder dan 20 uur per week. De in deeltijd werkende vrouwen bevinden zich voor het grootste deel in de gezinsfase en in de fase daarna.
Arbeidsduur 20-65 jarigen per week, 2014
| vrouwen | mannen | |
| werkt niet | 29 | 19 |
| minder dan 12 uur | 7 | 4 |
| 12 - 20 uur | 9 | 2 |
| 20 - 35 uur | 35 | 11 |
| meer dan 35 uur | 19 | 65 |
| 100 | 100 |
Werkende ouders
In twee-ouder gezinnen met kinderen wordt de betaalde arbeid steeds vaker verdeeld volgens het ‘anderhalfverdienersmodel’: een van de partners (meestal de man) werkt voltijd, de andere partner (meestal de vrouw) werkt in deeltijd. Ook het ‘kostwinnersmodel’, waarbij slechts een van de partners (meestal de man) werkt, komt nog veel voor.De groep paren zonder kinderen is heterogeen, en bestaat uit (definitief) kinderloze paren, jonge paren (voor de gezinsfase) en paren van wie de kinderen inmiddels zelfstandig zijn. Ook hier komt zowel het anderhalfverdienersmodel als het kostwinnersmodel veel voor, daarnaast werken deze paren vaker beiden in een voltijdbaan.
Arbeidsdeelname van paren met en zonder kinderen, 2013
| paren met minderjarige kinderen | paren zonder kinderen | |
| beide voltijd | 8 | 20 |
| anderhalfverdieners | 52 | 31 |
| beide deeltijd | 7 | 6 |
| kostwinnersmodel | 28 | 33 |
| beide niet (of < 12 uur) werkend | 4 | 11 |
| 100 | 100 |
Bronnen: CBS Statline
Cijfers in percentages
Publicatie(update): 14-04-2015
