Alle Specials
Vrouwen en Sport en de collectie Steendijk-Kuypers
De zomer van 2012 is een ware sportzomer met o.a. de Olympische spelen, de Tour de France, het EK Voetbal en Wimbledon. Reden om in onze collectie te duiken. Daar bevindt zich het archief over vrouwen en sport van J. Steendijk-Kuypers, medisch historica die na haar pensionering onderzoek deed naar Vrouwen en sport. In de bibliotheek vind je bovendien diverse publicaties van haar hand.
De strijd van vrouwen om gelijke rechten ging en gaat niet alleen om specifieke zaken als stem- en kiesrecht, gelijke betaling voor gelijk werk en toegang tot arbeid, maar gaat over toegang, deelname en keuze op bijna alle gebieden van cultuur en samenleving. Eind negentiende, begin twintigste eeuw, begint er veel te veranderen voor vrouwen onder invloed van grote sociale veranderingen in Europa en Noord-Amerika, zo ook op het gebied van sport. Maar als je nagaat dat de eerste sportbeha dateert van 1977 dan weet je dat de combinatie vrouwen en sport nog maar een relatief jong verschijnsel is.
Beeldmateriaal uit de collectie Steendijk-Kuypers
In het archief bevindt zich een map met verzamelde documentatie vrouwen en sport (ca. 1880-1930) maar ook een grote ansichtkaartverzameling (ca. 1880-1930), o.a. over: schaatsen, tennis, atletiek, boksen, voetbal, zwemmen, hockey, turnen, fietsen, bergsport, roeien, croquet, korfbal, golf, rolschaatsen, schermen en diabolo. Hier een kleine voorproef uit haar verzameling.

Tennis
Tennis begon in Engeland omstreeks 1880 als huisspel. Later kwamen er openbare tennisvelden. Aanvankelijk gingen de vrouwen mee naar de tennisbaan om thee te zetten, later begonnen zij zelf te spelen. In het Vondelpark in Amsterdam ontstond het eerste openbare sportterrein: speciaal voor de dames uit het welgestelde Zuid.Een bekende tennisspeelster was Suzanne Lenglen (1899-1938 Francaise. Van 1916-1926 won zij in totaal 25 grandslamtitels. Ze was een zeer flamboyante atlete, zij liet zich kleden door dure modehuizen, en ze werd de eerste tennisster met de status van een internationale beroemdheid. De Franse pers noemde haar La Divine (de goddelijke). Zowel Lenglen als haar tegenstandster Helen Wills verdienden aan hun tennis en dat dat was de reden dat na 1924 geen tennis meer bij de Olympische spelen mocht worden gespeeld volgens Steendijk-Kuypers.
De trofee waar de vrouwen tijdens het toernooi van Roland Garros om strijden is naar Lenglen vernoemd: de Coupe Suzanne Lenglen. Ook draagt een tennisbaan op Roland Garros haar naam; het Court Suzanne Lenglen.
In 1979 werd ze opgenomen in de prestigieuze Tennis Hall of Fame.

Schaatsen
Schaatsen was aanvankelijk not done voor de elite, maar met de komst van het kunstrijden is men ook in de stad gaan schaatsen. Toch werd Aletta Jacobs toen zij op haar Friese schaatsen ging schaatsen in het Vondelpark raar aangekeken. Omstreeks 1900 werden er wedstrijden op de Keizersgracht in Amsterdam gereden. Aan deze wedstrijden deden ook vrouwen mee maar dat werd niet vermeld in de kranten. De bakermat van het schaatsen was toch Friesland. Op de foto (Sneek 1909) zien we vrouwen met de bovenkleding afgelegd wedstrijdschaatsen. Friese hardrijwedstrijden werden ook in het Westen van het land gehouden. Er bestonden ook hardrijden voor koppels waarbij de vrouw in de slag van de man reed. Daarvoor kwamen Friese hardrijvrouwen naar het westen die werden gekoppeld aan topschaatsers en zij verdienden daar flink mee.
Stien Kaiser (geb. 1938) werd zesmaal Nederlands kampioen. Zij reed negen wereldrecords op de lange en middellange afstanden en de vierkamp. Aan haar acht deelnames aan het WK Allround hield ze 21 afstandmedailles over (8-11-2). Alle acht keer veroverde ze op de 1500 en 3000 meter een medaille, op de 1000 meter behaalde ze er vijf en één veroverde ze op de 500 meter. Aan haar drie EK deelnames hield ze vier afstandmedailles over (0-3-1). In 1970 zilver op de 1500 en 3000 meter, in 1971 zilver op de 1500 en brons op de 3000 meter. Op de WK Sprint won ze in 1971 de zilveren medaille op de 1e 1000 meter en in 1972 de bronzen medaille op de 2e 1000 meter.

Gymnastiek
Eind 19e eeuw was G.A.N. Allebé de promotor van meisjes gymnastiek in Nederland. Gymnastiek was bij uitstek de sport voor het volk en deed ook spoedig haar intrede in het onderwijs. Via de MMS (Middelbare Meisjes School) te Utrecht werd het gymnastiekonderwijs landelijk uitgebreid. Gymnastiek werd ook voor therapeutische doeleinden gebruikt: gezonde beweging voor armlastige kinderen maar ook voor medische therapie. Zo maakten de meisjes van Verkade tussen de bedrijven door gebruik van de zweefmolen op de binnenplaats, dat was goed voor hun ruggen.





