Vrouwen in de Nederlandse slavernij

Op 1 juli 2013 is het 150 jaar geleden dat de slavernij in Nederland werd afgeschaft. Aan de hand van publicaties uit Atria’s bibliotheek belichten we de positie van vrouwen in de slavernij uit Suriname, Brazilië en de Nederlandse Antillen. Er is weinig historisch materiaal bekend van vrouwelijke slaven in het algemeen, laat staan over het aandeel van vrouwen in de Nederlandse slavernij.

Vrouwen in kolonieen
Over het Nederlandse deel in de trans-Atlantische slavernij is minder gepubliceerd dan over de slavenhandel en de slavernij in de Verenigde Staten. En wat de slavernij heeft betekend voor de totslaafgemaakte is vooral belicht vanuit het perspectief van mannelijke slaven. Langzaamaan komt daar verandering in, met bijvoorbeeld de historische onderzoeken naar de vrije zwarte vrouw Elizabeth Samson, de slavenmeesteres Susanna du Plessis en de verzetscultuur van totslaafgemaakte vrouwen.

Als de nazaten van totslaafgemaakten ervaren vrouwen en mannen ook nu nog de gevolgen de slavernij, in de vorm van discriminatie, uitsluiting en negatieve beeldvorming.

Publicaties

meteigenogen.jpg
  • Met eigen ogen: een hedendaagse kijk op de Surinaamse slavernij / Clark Accord, Nina Jurna. 2003.
    Serie openhartige interviews waarmee Accord en Jurna de erfenis van het Nederlandse slavernijverleden zichtbaar maken in het dagelijks leven.
  • Surinaamse vrouwen van slavernij naar bevrijding. 1977.
    De Surinaamse geschiedenis is bepaald door de slavernijtijd en het koloniaal beleid van Nederland, stellen vijf Surinaamse vrouwen in deze brochure van De Landelijke Federatie van Welzijnsstichtingen voor Surinamers. Zij onderzoeken hoe deze geschiedenis ook de rol van Surinaamse vrouwen op opvoedkundig, sociaal-economisch en juridisch gebied beïnvloed heeft.

Slavenhandel

Nederland heeft een belangrijke rol gespeeld in de slavenhandel en de slavernij op de plantages. In 1579 is met het verschepen van slaven begonnen. Waarschijnlijk heeft Nederland in de periode tot 1803 ongeveer 550.000 totslaafgemaakte mannen en vrouwen naar Noord- en Zuid-Amerika vervoerd. In de periode 1621 -1730 had de West-Indische Compagnie het monopolie op de slavenhandel. Na opheffing van het monopolie namen veelal particuliere bedrijven de handel over. De meeste slaven heeft Nederland verscheept naar Suriname, dat vanaf 1667 een kolonie was geworden. Daarnaast zijn ook veel slaven terecht gekomen in Brazilië en de Nederlandse Antillen. Curaçao heeft altijd als een belangrijke doorvoerplaats gediend.
Jacquelina: slavin van plantage Driesveld / A. Bijnaar, I. Mok, D. Stam, K. Solo. 2010. Stripboek.

Publicaties

  • Elisabeth Samson: een vrije, zwarte vrouw in het 18e eeuwse Suriname / Cynthia McLeod. 1996.
    De naam van Elisabeth Samson komt voor in grote historische werken over Suriname, omdat zij als zwarte vrouw in 1764 wilde trouwen met een witte man en hiervoor geen toestemming kreeg van het koloniaal bestuur. McLeod beschrijft op basis van 12 jaar zeer intensief archievenonderzoek deze markante persoonlijkheid. Op eigen kracht lukte het Elisabeth om uit te groeien tot de rijkste vrouw van Suriname in het midden van de achttiende eeuw. Deze 'Gouden Eeuw van Suriname' werd de piek van 300 jaar slavernij. Hoe de vrije zwarte vrouw Elisabeth zich heeft kunnen handhaven in de tegenstrijdige Surinaamse koloniale maatschappij, is het onderwerp van deze historische roman.
  • Susanna du Plessis: portret van een slavenmeesteres / Hilde Neus-van der Putten. 2003.
    Du Plessis staat in de Surinaamse gemeenschap bekend als een beruchte en wrede plantagehoudster uit de achttiende eeuw, die veel slaven op gruwelijke wijze mishandeld en soms zelfs vermoord zou hebben. Uit archief- en bronnenonderzoek destilleerde Neus-van der Putten een beeld van deze vrouw, die leefde in het achttiende-eeuwse Suriname. Ze onderzocht hoe de beeldvorming rond Susanna du Plessis is ontstaan. Dit portret is de eerste monografie over een witte vrouw uit de Surinaamse plantagegeschiedenis.
  • Overleven en overlevering: historisch onderzoek naar Surinaamse slavinnen / Peggy Plet
    Een artikel in Lover - 25 (1998), 3 (sep).
    Peggy Plet pleit voor meer onderzoek naar het leven van Surinaamse slavinnen; de weinige studies die er nu zijn geven vaak een eenzijdig beeld van passieve slachtoffers zonder naam of identiteit. Bestudering van de positie van zwarte vrouwen toen is van groot belang voor zwarte vrouwen nu, is haar beweegreden.
  • Vrouwen in de Nederlandse koloniën: zevende jaarboek voor vrouwengeschiedenis. 1986.
    Bevat 3 artikelen over vrouwen in Suriname in de negentiende eeuw.
  • In De Surinaamse vrouwen in de slavernij onderzoeken W. Hoogbergen en M. Theye welke ruimte Surinaamse slavinnen veroverd hebben in de marges van het slavernijsysteem. Aan bod komen de slavernij-economie, huwelijk, religie en marronage (het wegvluchten naar het oerwoud).
  • In Veelwijverij en andere losbandige praktijken beschrijft Marja Oomens de bevolkingspolitiek van de overheid jegens Surinaamse plantageslavinnen in de negentiende eeuw.
  • In Misi Hartmann, een leven als zendelinge in Suriname onderzoekt Maria Lenders de opvattingen van Hartmann (1798-1853) over slavernij en haar contacten met slaven en marrons.
  • Een zoektocht naar de aard van man-vrouw relaties onder Surinaamse slaven: de suikerplantages Fairfield, Breukelerwaard, Cannewapibo en La Jalousie in de periode voorafgaande aan de emancipatie. 1999.
    In deze dissertatie onderzoekt Huub Everaert de archieven van de Evangelische Broedergemeente en een aantal plantages in de negentiende eeuw op gegevens over de aard en lengte van seksuele relaties tussen mannen en vrouwen. Het beeld dat het gezinsleven van slaven gekenmerkt werd door instabiele relaties en matrifocale huishoudens blijkt genuanceerder te liggen dan algemeen verondersteld.
  • De onbekende vader in Suriname in de periode 1838-1873 / Huub A. Everaert
    Artikel in OSO. - 30 (2011).
    Veel Surinaamse vaders werden in de slavernijperiode gescheiden van hun gezin en apart verkocht. Everaert ziet hierin één van de redenen dat vaders van Surinaamse en Antilliaanse afkomst nu ook nog weinig gericht zijn op de zorg en opvoeding van hun kinderen.
  • Surinaamse emancipatie 1863: Paramaribo: slaven en eigenaren / O. ten Hove, W. Hoogbergen, H. E. Helstone. 2004.
    Studie over slaven en vrije zwarte en witte mannen en vrouwen in Paramaribo rond 1862. Het boek bevat gegevens van alle ruim 4.000 in 1863 ‘geëmancipeerde ‘ (vrijgelaten) mannen en vrouwen uit Paramaribo en een lijst van particuliere zwarte en witte eigenaren (m/v) van slaven.
  • Kasmoni : een spaartraditie in Suriname en Nederland / Bijnaar, Aspha 2002.
    Kasmoni is een informeel banksysteem waarin veel Surinamers sparen, krediet opnemen en zich verzekeren tegen risico's. Het boek analyseert de omstandigheden waaronder kasmoni eerst in Suriname, mogelijk al in de slavernijtijd, en vervolgens ook in Nederland tot bloei kwam. Het boek laat zien welke rol deze traditie speelt in de verhoudingen tussen etnische groepen, klassen en seksen.

Verzetscultuur

Was het verzet van mannelijke slaven vaak open en collectief, vrouwelijke slaven ontwikkelden meer verborgen verzet. Maar ook de ontwikkeling van een verzetscultuur wordt aan slavinnen toegeschreven. Binnen deze verzetscultuur kregen nieuwe vormen van verwantschap (man-vrouw- en moeder-kindrelaties), een eigen taal, zang, dans en muziek een belangrijke plaats. Ook verzetten vrouwen zich vaak tegen de latere bevolkingspolitiek, maatregelen die de ‘natuurlijke aanwas’ van slaven moesten bevorderen.

Slaven die de Surinaamse plantages in de zeventiende en achttiende eeuw ontvluchtten, stichtten in het oerwoud langs de grote rivieren nieuwe gemeenschappen, waar vanuit georganiseerd verzet tegen de slavernij plaatsvond. De nazaten van deze gevluchte slaven worden marrons genoemd. Marronvrouwen hebben historisch gezien een belangrijke bijdrage geleverd aan het voortbestaan van de marrongemeenschappen. Bij de stammen geldt de matrilineaire lijn, wat het belang van de positie van vrouwen onderstreept.

Publicaties

  • De uitgave Slaven en schepen: enkele reis, bestemming onbekend (2001) onder redactie van R. Daalder, A. Kieskamp en D. J. Tang, bevat een hoofdstuk over slavinnen in verzet in het negentiende-eeuwse Paramaribo. Uit justitiële archieven en krantenadvertenties verschijnen tussen de regels door glimpen van het verzet van Serafina en Jansie in mei 1824, van Santje, Tina, Swaantje en anderen.
  • Verborgen verzet : verzets- en overlevingsstrategieën van slavinnen in Rio de Janeiro (1850-1871) / Peggy Plet. 1994.
    Onderzoek naar het verzet door slavinnen in Rio de Janeiro op basis van krantenadvertenties en reisverslagen uit de periode 1850-1871. Plet benadert de bronnen vanuit het perspectief van de slavin. Ze gaat na welke strategieën ze bij hun verzet gebruikten, zonder hen het stereotype van hetzij heldin dan wel passief slachtoffer op te leggen.