Alle Specials
De strijd om een goede rechtspositie
De strijd om een goede rechtspositie op het werk dateert al van lang geleden. Arbeiders streden om goede arbeidsomstandigheden, rechtvaardig inkomen en goede behandeling. Soms konden mannen en vrouwen de strijd samen voeren, soms was het nodig dat vrouwen zich apart organiseerde.

Eerste vrouwenstaking in Nederland 1890.
Op 3 januari 1890 begon bij vlasspinnerij van Dumonceau in Groningen de eerste vrouwenstaking in Nederland. Deze actie duurde drie weken. Op 1 januari 1890 werd de oude kinderwet van Van Houten (19-9-1874) vervangen door een nieuwe arbeidswet. Doel van de wet was overmatige en gevaarlijke arbeid door vrouwen en kinderen tegengaan.Eind 19e eeuw was het normaal dat er in de zomer 14 uur per dag werd gewerkt en in de winter 12 à 13 uur. De nieuwe wet bracht dit voor vrouwen en kinderen terug naar 11 uur. Er waren veel bezwaren tegen dit wetsvoorstel, ook door het bestuur van de vlasspinnerij. Het voornaamste bezwaar van het bestuur betrof de verkorting van de arbeidsdag tot 11 uur. Er zou meer geproduceerd worden bij een langere werkdag dan bij een verkorte arbeidstijd en als eenmaal de machines draaiden, dan werd het werk lichter.
Vrouwen op straat niet wenselijk
De echte reden van het bestuur was echter: door de slechte woonomstandigheden zouden de vrouwen en kinderen om zeven uur 's avonds al op straat rondlopen, dat was geen wenselijke situatie. Geen woord over het feit dat de vrouwen minder gingen verdienen of dreigden ontslagen te worden. In december 1889 liet de directie weten dat er niet op een loonsverhoging gerekend hoefde te worden. Dit, terwijl de inkomsten door minder uren te werken voor iedereen in de fabriek erop achteruit zouden gaan.2 januari 1890 viel op een donderdag, betaaldag. De dag daarna zou de nieuwe situatie ingaan. Vrijdag 3 januari begon de staking. De stakende vrouwen gingen joelend en zingend de stad door naar het gebouw 'De Toekomst'. Daar werd in een vergadering besloten niet meer aan het werk te gaan voordat aan een aantal eisen was voldaan. De vrouwen wilden onder meer: looncompensatie voor de daling van de inkomsten, schadeloosstelling van verloren verdiensten door staking, toezegging dat van de haspelaarsters niemand ontslagen zou worden of extra zou worden gekort.
De vrouwen hadden en kregen gelijk.
Achteraf bleek dat de staaksters gelijk hadden: hun loon ging omlaag. Met steun van de Sociaal Democratische Bond staakten de vrouwen verder. Opvallend is het plotselinge einde van de staking na drie weken. Terwijl de SDB op zondagochtend 19 januari een vergadering belegde en een toneelvoorstelling organiseerde ten bate van de staking, gingen de staaksters maandag 20 januari weer aan het werk. Zonder dat er ook maar één eis was ingewilligd. Waarschijnlijk was er in het weekend in het geheim toch een overeenkomst gesloten tussen de werkgever en de staaksters.Vakbonden
In de tweede helft van de 19e eeuw richtten arbeiders vakbonden op om hun belangen te verdedigen. De typografen waren in 1866 de eersten. Het ontstaan van vakbonden kan niet los gezien worden van de industriële revolutie, die massa-arbeid in fabrieken en werkplaatsen tot gevolg had. De werktijden waren lang.Naaisters in Amsterdam organiseerden zich in 1897 in de vereniging ‘Allen Eén’. Roosje Vos was een van de vrouwen die van het begin af actief was in de naaistersbond. Zij hielp deze om te vormen tot een vakbond met een eigen orgaan, de Naaistersbode: het begin van de Algemeene Nederlandsche Naaistersbond, de eerste vakbond van vrouwen. In 1901 ging deze bond samen met de kleermakersbond op in de Nederlandsche Bond van mannelijke en vrouwelijke arbeiders in de Kleedingindustrie en aanverwante Vakken.
Lees verder over de geschiedenis vakbonden
Vrouwelijke leden meer dan verviervoudigd
In de periode 1973-2010 is het aantal vakbondsleden met ruim 200 duizend gestegen. Het aantal mannelijke leden nam af van 1,5 naar 1,24 miljoen. Daar staat tegenover dat steeds meer vrouwen zich hebben aangemeld. In 2010 is een op de drie leden vrouw, in 1973 was dit slechts een op de elf. Deze toename hangt samen met de toegenomen arbeidsparicipatie van vrouwen. Hun arbeidsdeelname liep op van 34 procent in 1973 naar bijna 60 procent in 2010.
De FNV Vrouwenbond
De Vrouwenbond werd in 1948 door het NVV opgericht voor de echtgenotes van mannelijke NVV-leden. In 1981 werd de Vrouwenbond als zelfstandige bond toegelaten binnen de FNV-vakcentrale en in 2003 weer buiten de officiële bondskaders gemanoeuvreerd vanwege bezuinigingen. De geschiedenis van de Vrouwenbond kan gezien worden als het schoolvoorbeeld van de ongemakkelijke omgang van de vakbeweging met vrouwen, huishoudelijke arbeid, flexibele contracten en een andere levensloop dan die van de doorsnee mannelijke kostwinner.Eerst ging het de bond om de wereld van de huisvrouw, huisvesting, consumentenbewustzijn, vrijwilligerswerk en tbc-bestrijding. Vanaf 1970 draaide het om de wereld van het opkomend feminisme, de vrouwenvakscholen, de herverdeling van betaalde en onbetaalde arbeid, de gezondheidszorg, de antikernwapenbeweging en de lobby naar de politiek.
Weer later richtte de blik van de vrouwenbond zich meer naar buiten. De Vrouwenbond vond het interne scholingswerk niet meer genoeg en ging een boodschap aan de wereld verkondigen, o.a. met folders. Tegenwoordig maakt de FNV Vrouwenbond als vakbond nog steeds deel uit van de FNV. De Bond probeert, door lobbyen en acties, politieke partijen suggesties te doen om verbeteringen voor vrouwen te realiseren.
Streefcijfers worden nog steeds niet gehaald
Alice de Kok, beleidsadviseur Diversiteit bij Abvakabo FNV benadrukt dat de Bond blij is dat meer vrouwen werken en meer economische zelfstandigheid krijgen. Maar de streefcijfers worden niet gehaald en meer dan de helft van de Nederlandse vrouwen kan financieel niet op eigen benen staan. De vakbond merkt ook op dat de arbeidsdeelname van allochtone vrouwen licht is afgenomen door de hogere werkloosheid onder deze groep. Daarnaast werkt nog altijd driekwart van de vrouwen met een betaalde baan of bedrijf in deeltijd.
De Kok:
'Dit terwijl uit onderzoek blijkt dat vrouwen, onder bepaalde voorwaarden zoals flexibele werktijden of thuiswerkfaciliteiten best bereid zijn om meer te werken.'
Business and Professional Women
Een van de oudste nog actieve vrouwennetwerken is Busines and Professional Women. BPW noemt zich hét vrouwennetwerk in Nederland voor de werkende vrouw. Belangrijk aandachtspunt van BPW is gelijke beloning van vrouwen. Juridisch is de gelijke beloning van vrouwen geregeld, maar in de praktijk is het zover nog niet. Daarom voert BPW elk jaar actie op de zogenoemde Equal Pay Day.Equal Pay Day is een initiatief van de Amerikaanse BPW-afdeling. Met de ‘Red Purse Campaign’ strijden zij tegen de bestaande loonkloof. In 2011 is in Nederland de kloof tussen de beloning van mannen en vrouwen nog steeds circa 20 procent, en daarbij gaat het zowel om hoger als lager opgeleide vrouwen. In Nederland vindt Equal Pay Day in 2012 in maart plaats. BPW heeft ook een initiatief op haar site onder de slogan ‘verdien jij genoeg’. Dit is een enquete waarin bewustmaking centraal staat.
Pensioen van vrouwen
Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft bepaald dat een lagere pensioengerechtigde leeftijd voor vrouwen niet verenigbaar is met het Europese non-discriminatiebeleid. Aan de andere kant werd echter ook een hogere pensioenpremie voor vrouwen om dezelfde reden afgewezen, hoewel vrouwen langer leven dan mannen en dus langer pensioen genieten.Een groot deel van de Nederlandse vrouwen heeft een arbeidsverleden waarin ze geen of weinig betaalde arbeid hebben verricht, omdat ze in deeltijd werkten of voor de kinderen hebben gezorgd. Soms werkten ze in sectoren waar geen pensioenregelingen worden getroffen. Daarom hebben ze vaak geen of slechts een klein pensioen. Met andere woorden ze hebben niet gezorgd voor een goede financieele toekomst. E-Quality stelde een dossier samen over vrouwen en pensioenen waarin uitgebreid wordt ingegaan op alle aspecten die voor vrouwen van belang zijn.



