Vrouwen en het Europees parlement

Het Europees Parlement is de rechtstreeks verkozen volksvertegenwoordiging van de Europese Unie. Het is de enige instelling van de Europese Unie die direct door de burgers wordt gekozen. Samen met de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie heeft het een wetgevende taak binnen de Europese Unie.

Het percentage vrouwen in het Europese parlement is sinds de eerste verkiezingen in 1979 langzaam gestegen tot 36%. Het aantal vrouwen in het Europese Parlement weerspiegelt de kandidaatstelling op de lijsten van de verschillende partijen. Beslissingen daarover worden door de politieke partijen op nationaal niveau gemaakt. In 18 van de 27 EU-lidstaten hebben een of meer politieke partijen die nu in het Europees Parlement zitten een of andere vorm van vrijwillige quota. Acht EU lidstaten ( België, Griekenland, Spanje, Slovenië, Ierland, Frankrijk, Polen en Portugal ) kennen wettelijke quota.
Het Europese Parlement bestaat nu uit 766 parlementsleden. 36% daarvan is vrouw.

De leden van het Europees Parlement worden elke vijf jaar direct verkozen via algemeen kiesrecht. De verkiezingsopkomst is echter bij iedere stembusgang teruggelopen, van 65% in 1979 tot 43% bij de laatste verkiezingen in 2009. De komende Europese verkiezingen zijn in van 22-25 mei 2014. In Nederland zijn de verkiezingen op donderdag 22 mei.

In het afgelopen decennium groeide het aantal Europese vrouwelijke ministers van gemiddeld 21% naar 27%. In Zweden, Frankrijk, Finland, Denemarken en Oostenrijk telt de regering minstens 40% van elk geslacht. Bulgarije, België, Nederland en Duitsland zitten net onder 40%. Minder dan 1 op de 10 ministers in Griekenland, Slovakije, Litouwen, Tsjechië, Estland en Cyprus is een vrouw
De vertegenwoordiging van vrouwen in het Europese Parlement (2010-2014) is hoger dan in nationale parlementen. In de meeste landen is meer dan 30% van de parlementsleden een vrouw. In Finland, Kroatië, Slovenië, Estland, Malta, Nederland, Denemarken, Frankrijk, Zweden, Ierland, Portugal en Spanje ligt het cijfer hoger dan 40%. De genderkloof in het parlement in Luxemburg en Tsjechië is het grootst.

En Nederland?

Momenteel heeft Nederland recht op 26 van de 766 zetels in het Europees Parlement, waarvan 12 vrouw zijn (46%) en 14 man (54%). De Nederlandse politieke partijen zijn deel van de Europese fracties
Fracties in het europees parlement

Bij de verkiezingen van mei 2014 zijn er twee vrouwelijke Nederlandse lijsttrekkers

  • CDA: Esther de Lange (38) studeerde Europese Studies in Den Haag en daarna internationale betrekkingen in Brussel. Ze werd in 1999 beleidsmedewerker voor het CDA in het EP. Sinds 2007 is zij Europarlementariër toen ze Albert Jan Maat verving die voorzitter werd van landbouworganisatie LTO. Landbouw en voedselveiligheid zijn enkele van De Lange's dossiers.
  • D66: Sophie In 't Veld (50). Zij is historicus. Ze werkte onder meer als vertaler en bij de gemeente Gouda. In 1994 ging ze werken als medewerker van Europarlementariër Johanna Boogerd-Quaak. Ze wam 10 jaar later zelf in het EP toen ze werd uitverkozen boven haar voormalige mentor. Privacybescherming en economische zaken zijn enkele thema's van In 't Veld.

Voorzitters

De eerste vrouwelijke voorzitter van het Europese parlement was Simone Veil. Van 1974 tot 1979 was Simone Veil minister van Volksgezondheid in het Franse parlement.In december 1974 voerde ze een wet in die de beschikbaarheid van anticonceptiemiddel moest vergroten. Als minister van Volksgezondheid was ze er in 1975 voor verantwoordelijk, dat abortus in Frankrijk werd gelegaliseerd. Vooral hiervoor is ze in Frankrijk bekend. Veil werd bij de Europese Parlementsverkiezingen 1979 gekozen tot lid van het Europees Parlement. Door dit nieuwe parlement werd ze gekozen tot voorzitter. Veil behield deze positie tot 1982. Tijdens haar periode als voorzitter werd ze gezien als één van de machtigste vrouwen ter wereld.

Na Simone Veil kende het Europarlement nog een andere vrouwelijke voorzitter. De Francaise Nicole Fontaine voorzitter van het Europees Parlement van 1999 tot 2002.

Neelie Kroes werd de eerste vrouwelijke EU-commissaris voor Nederland met als portefeuille mededinging. De Europees Commissaris voor Mededinging is onder meer verantwoordelijk voor de goedkeuring van grote fusies in het bedrijfsleven en beoordeelt aanvragen van regeringen die staatssteun willen geven aan bedrijven. De Commissaris kan ook onderzoek instellen naar geheime prijsafspraken tussen bedrijven. Neelie Kroes volgde op 22 november 2004 als Nederlands Europees Commissaris Frits Bolkestein op, die sinds september 1999 de portefeuille Interne Markt & Douane-unie vervulde.